Hoge Noorden

hoge-noorden

De Roodehaan is vertrekpunt van een zwerftocht door het Noordoosten van Groningen. Daar waar het vergezicht lijkt te zijn uitgevonden. Het is er verstild, geen mens op straat. Bomen zijn kaal, logisch, want december. Het draagt bij aan het weidse gevoel. Je bent hier een klein onderdeel van het land. Een passant ook. Maar altijd welkom. De wegen meanderen er lustig op los. Het gehucht Mensingeweer dient zich aan. Middenin een voor dit landschap typische brug, zo een met een flinke hobbel. Het Mensingeweersterloopdiep wordt overgestoken. Een loopdiep. Benieuwd wat de grondslag is voor zulks een wonderlijke naam. In dit gebied koestert men de vaarten, sloten en diepen blijkbaar. De namen staan steevast vernoemd bij bruggen. Mooi, ik hou ervan, je geschiedenis koesteren. Oude waterwegen vertellen veel. Baflo gaat over in Rasquert, Breede, Wadwerd en Usquert. Via de streek door modderige paden richting het Wad. Ineens de stevige dijk die Noord Nederland moet beschermen. Het gaat hier mintens 8 meter omhoog. De wind poogt roet in het eten te gooien, knalhard en recht op je bakkes. Plotseling het Wad in al haar grootsheid en schoonheid. Een oude man met getaand gezicht, gewapend met emmer en griep gaat pieren steken. Voor het vissen. In de havenmonding van Eemshaven. Hij vangt er onder andere wijting, een ondergewaardeerd visje. Staart, vinnen en kop eraf, en je hebt de perfecte lekkerbek. Maar dan zo als het hoort. En als die klote zeehonden ze niet hebben weggevreten. Tja. Verder gaat het. Langs industrie, de meest Noordelijk gelegen snackbar, een recent in gebruik genomen energiecentrale, Eemshaven dus. De boot naar Borkum vertrekt hier. Of komt aan. Het landschap wordt gedomineerd door kabels die ontspruiten uit een spacy aandoend gebouwencomplex. Oudeschip is een gehucht onder de rook van deze vooruitgang. Waar komt deze naam vandaan, vooral met de zee zo in de nabijheid. Het ligt immers flink landinwaarts. Dan Delfzijl. Elke keer als ik hier ben bekruipt mij het gevoel snel door te moeten gaan. Het oude Eemshotel pal achter de op Deltahoogte gebrachte Eemdijk is illustratief voor dit deel van Groningen: tanend, vervolgen tijden. Toch is er plenty nieuwbouw waardoor het een bijzondere combinatie van bouwstijlen en wonen wordt. En veel chemische bedrijven. Bizar dat pal naast deze industrie boven op een dijk het oude kerkhof van Oterdum er stil ligt te zijn. Het gehucht moest in de zeventiger jaren verdwijnen voor de fabrieken. Ineens ben je weer in het oude land. Statige boerderijen, typische rode steen, of als je rijk was wit gekalkte muren. Bijzondere architectuur met torentjes. De polders langs de Dollard dienen zich aan. Overweldigend, zeker met neergaand licht. Een hele reeks polders volgt, allen tussen de zestiende en negentiende eeuw gewonnen op het water. Hiervoor teisterde de woeste Eems en Dollard het gebied met talloze overstromingen. Een groot aantal dorpen en gehuchten, maar enkele kloosters zijn hierdoor verdronken. Winschoten was in die tijd een schiereiland. Illustere namen herinneren aan die tijd. De Dollard polders, ruim twintig stuks, zijn zinneprikkelend. Hollandseluchten in optima forma. Je telefoon denkt dat je in Duitsland vertoeft. Het is een spektakel aan enorme groepen vogels die op hun geheel eigen wijze Kerst vieren. Sluitstuk is Hongerige Wolf, misschien wel de allermooiste plaatsnaam van ons land. Het is een kern met slecht 30 bewoners, althans bij de volkstelling in 1997. Vernoemd naar een oude herberg is het pleisterplaats voor kunstenaars en mensen die inspiratie en rust ontlenen aan de leegte van een landschap. De weg terug verliep in uiterste stilte. Niet vreemd.