Fietstas

Op de mountainbike zwervend van Amersfoort door de bossen en heide naar Zeist. En weer terug. Eerst passeert de Eem, altijd bijzonder deze rivier. Er ligt sinds enkele jaren een mooi fietspad langsop. Vanaf de stad langs de roeivereniging Hemus naar de fietsbrug richting Soest. Het is er stil, want vroeg in de morgen. Een enkele hardloper, geen roeiers dit keer. Het waait te hard voor de wiebelige bootjes. Althans dat denk ik dan. Zelfs hier in het binnenland staan er kopjes op de golven. Fascinerend toch, wind. Je kunt ervan leven zegt men. Het gaat via de weilanden achter of naast de Birkt. Straatnamen als de Verlengde Hooiweg, A.P. Hilhorstweg, Spiekerweg. Ik vraag mij dan altijd af hoe dergelijke namen tot stand zijn gekomen. Ik poog amechtig er nog wat snelheid in te houden. Want het waait pal op de kop. De Soester duinen dienen zich aan. Het is uitlaattijd voor de hond zo blijkt. Drie rijen dik. Wat is dat toch, dat de hond en de eigenaar vroeg of laat op elkaar gaan lijken? Onmiskenbaar. Aan de Paltzerweg is een van de fietsingangen naar de voormalige vliegbasis Soesterberg. Sla rechtsaf en je waant je in de Koude Oorlog. Rijen verdekt opgestelde munitiebunkers passeren. Man, wat moet hier een dood en verderf hebben gelegen in de vorige eeuw. Tot 1993 was deze plek de thuisbasis van een Amerikaans squadron straaljagers luisterend naar de illustere naam Wolfhounds. Uitgerust met enorme F15 Eagles - dit is een type vliegtuig - werd er over onze rust gewaakt. Zo stonden er twee van deze toestellen 24 uur per dag paraat om binnen enkele minuten op te stijgen. En dat het gehele jaar. Nu fiets je over hun startbaan. Opvallend is de weidsheid hier, zo midden in de verstedelijking. Een kleine 400 hectare groot, zeg maar duizend voetbalvelden bij elkaar. Het terrein meet vooral zogenaamde schrale grond. De meest schrale van Europa zo heet het. Het is vooral fijn wolken kijken hier. Bijna zoals de Oude Meesters dat destijds zagen. Aan het einde van de Kampweg passeer ik Kamp Zeist, alwaar onder andere een asielzoekerscentrum is gevestigd. Het is een komen en gaan van mensen op deze weg. Soms voorzien van iets dat nog het meest weg heeft van volle bepakking. Een heel leven in een enkele tas. Ik word er weemoedig van. Daar rijd ik dan op mijn nog niet eens zo oude sportfiets. Een grotere contradictie is op dat moment niet mogelijk. Hoe zou deze man mij zien als ik passeer? Ziet hij mij überhaupt? Dat ik de tijd en energie heb om vier uur zomaar rond te gaan. Zou hij kunnen fietsen? Hoelang heeft hij erover gedaan hier te komen? Het is een gegeven. Het hek langs het AZC is immens. En lang. Er loopt aan de binnenzijde een pad langs waar je de sporen van auto’s ziet. Verse. Het knagende gevoel blijft. Iets verder is de Kozakkenput, vernoemd naar een bataljon, hoe kan het anders, Kozakken. Zij bivakkeerden hier enkele jaren na de verdrijving van Napoleon. Indertijd waren hier een aantal waterputten, en omdat deze Russische soldaten zich in de Utrechtse binnenstad het zichzelf onmogelijk hadden gemaakt, werd hier kamp opgeslagen. Er staat hier een aantal tamme kastanjebomen. Verstopt, dat wel. Je moet het weten. De vruchten hiervan zijn best lekker. Het is trouwens een loofboom uit de napjesdragersfamilie. Briljante naam natuurlijk, napjesdrager. Ik kwam hier begin jaren ’70 ‘Makke Jannen’ zoeken, want zo worden de kastanjes in deze contreien genoemd. Het pad heet hier de Oude Postweg, nu een fietspad, en kruist het Laantje zonder Eind, nu een wandelpad. Deze paden zijn ooit door Franse Generaal-majoor Marmont en zijn mannen aangelegd, als onderdeel van toegangswegen tot de piramide van Austerlitz. Het was meer een bezigheidstherapie voor de soldaten. Het Beauforthuis in het gelijknamige dorp is stop voor koffie. Het is hier goed toeven. Altijd wel een mooie uitvoering, concert of anders zijnde vertoning van kunstvormen. En opwarmen voor het volgende traject, dat gaat hier ook prima. Het fietspad is nu een route, en gaat slingerend over hobbels, bulten, boomstronken. Een fantastisch parcours deels door landgoed Heidestein en Bornia. Het vergt de nodige aandacht om niet vol onderuit te gaan. De zon doet haar best, en zorgt voor een mooi schouwspel aan schaduwen. Dit voelt als geluk. Halverwege kom ik een stel tegen uit Utrecht. Komen hier regelmatig een rondje conditie opdoen. Hij rijdt op een klassieke American Eagle uit 1994. Een stalen en keihard frame, terwijl nu aluminium en steeds vaker carbon de klok slaat. En comfortabeler is. Ooit heeft Bart Brentjes met deze fietsen flink wat medailles bij elkaar gefietst. De Amerikaan Howie Cohen heeft dit merk op poten gezet. Op basis van in Azië gefabriceerde frames en Japanse fietsonderdelen. De man heeft ook meegewerkt met Gary Fisher, een ware grootheid op sportfietsgebied, en de geestelijk vader van de oer ATB. Helaas is ook deze fietsnaam reeds lang verdwenen. Een prachtige documentaire getiteld ‘Full cycle, a world odyssey’ is het kijken waard. Terug naar dat stel. Blij makend enthousiast over deze sport vertellend. Verder gaat het, over de paden van de houthakkers. Langs de Leusderheide, Den Treek en het fietspad langs de Kersenbaan. De kortste klap naar huis. Een ogenschijnlijk simpel rondje fietsen wordt zo een rit door de tijd. Dat leven in die tas blijft in mijn hoofd zitten. Het is als de geschiedenis die vanmiddag passeert, tijdelijkheid en vervangbaarheid die uiteindelijk blijvend zijn in verhalen. Een fietstas vol.