Onrust

onrust

Na twee dagen mist is daar de zon. En hoe. Uitbundig, voor november zelfs krachtig en energie gevend. Een voettocht door het Zuidwestelijk deel van Texel. De start is op de parkeerplaats aan het einde van de Hoornderslag. Schelpen knarsen onder mijn schoenen. Al snel moet er een schrikdraad worden beslecht. Gelukkig een klaphekje. En grazende Schotse hooglanders. Best wel dichtbij. Vind dit maar niets, dus snel door. Het landschap is in deze tijd van het jaar in ruste, maar daardoor niet minder overweldigend. Kleuren zijn soms intenser dan in de zomer. Je moet er wel meer je best voor doen dit te zien. Herfst lijkt in de duinen niet zo monter waar te nemen als in de bossen. Bomen hebben immers hun diep rood en oranje sluier over hun kruinen. Toch heeft het duingras een andere kleur groen, is het aantal bruintinten groter. De Geul dient zich aan. Het mooiste pad is in de zomer afgesloten vanwege broedende lepelaars. Nu dan open. Fijn. Het prikkeldraad dat hier normaliter het pad afsluit ligt achteloos met paal en al in de berm. Het wordt zienderogen vochtiger. Vroeger had de zee vrij spel in dit gedeelte van het eiland. Ergens rond 1920 is het watergebied afgesloten door aanleg van een kunstmatige duinrij. Toch is het niet minder spectaculair. De duindoorn bloeit namelijk al uitbundig. Iets verder ligt een oude bunker half weggezakt. Restant van een verleden. Contradictie met de bloemenpracht. Het pad slingert inmiddels langs het Geulmeer. De bomen zijn hier relatief laag, kaal, soms op het grijze af, maar altijd stevig gebogen. Een wirwar van struiken en bomen maken het in de zomer onmogelijk het meertje te zien. Na de Mokweg gaat een konijnenpadje door de duinen onder langs de Marinierskazerne. Je loopt regelrecht De Hors op. Een immense zandvlakte. Ik voel mij hier klein. Sta even stil om het binnen te laten komen. Het Marsdiep is nu binnen handbereik. Na een aantal stroompjes en alras minder pollen duingras dan het strand. Rechtsaf gaat het, pal langs de waterlijn. De tred wordt traag, want het zand zuigt, trekt. Het wil je hier houden zo lijkt het. Ineens een zeehond. Een nog niet volgroeid exemplaar, de pels nog springerig. Als het beest mij ziet schuifelt het de zee in. Het wordt langzaam vloed. Ik moet door, anders noopt een afsteek, binnendoor, langs De Kreeftepolder, ook mooi, maar toch. Dan mis je namelijk het hoogtepunt. Het meest Zuidelijke stukje strand van Texel. Het heet hier Onrust. Niet zo vreemd, hier dondert het water van het Wad weer terug naar de Noordzee. Of komt er vandaan, afhankelijk van het tij. Wat opvalt is wat er hier aan typische erfenissen van onze materialistische maatschappij rondzwerft. Flessen afwasmiddel, er wordt blijkbaar wat afgepoetst op de schepen. Allerhande soorten touw waar typisch oranje en groen zeedraad de boventoon voeren. Altijd weer die eenzame schoen, meestal links. Een thermosfles, zonder dop, dat weer wel. De schelpen die hier liggen zijn een stuk witter dan op de andere stranden. Echt hel wit gebleekte scheermessen bijvoorbeeld. Meestal zit op deze schelp nog wel wat kleur. Hier dus niet. Ik neem er twee mee. Die liggen nu naast mijn schrijfmachine. Droog, nog witter dan vanmiddag, en glad gepolijst door de zee. Een groep sterns passeert. Meeuwen schreeuwen om het hardst. Een half leeggegeten karkas van een flinke vis ligt verderop. Dit zal het twistpunt van de meeuwen zijn geweest. De zon is inmiddels flink lager, de dag nadert haar einde. En de tocht ook. Maar goed, want stevig stappen door het zand maakt hongerig. De snert met koffie en een paar glazen eilandbier bij strandpaviljoen Paal 9 is de beloning. Evenals het uitzicht op het neergaand zonlicht. Er is ook een onmiskenbare onrust. Ik wil terug. Naar het eind van Texel.

September 2009.