Parlevinker

parlevinker

De polders aan de zuidkant van de Waal, net voorbij Nijmegen. Fascinerend gebied aan de Oostelijke rand van ons land. De tijd lijkt hier stil te staan. Het regent, bij vlagen hard. Ineens een zwerm ganzen. Het weer deert hen niet. Midden in de weilanden staat op een bult zand een kleine kerk. Het heet hier Persingen. Het Godshuis is uit vervlogen tijden, en ontheven van haar kerkfunctie. Vandaag de dag heeft het de rol van expositieruimte. Bijzonder te zien dat er meer mensen de tentoongestelde kunstzinnigheden komen bekijken. Mist en regen zijn nu niet aanlokkelijk. De polder nu te bezoeken vergt enig doorzettingsvermogen. Toch heeft het iets, mystiek en verhalen van weleer. Je proeft en voelt bijna de geschiedenis van dit gebied. Aan een stil landweggetje staat een klein gebouw. Ooit neergezet als transformatorhuis. De winning van klei noopte hiertoe. In dit deel van de polder werden grondstoffen gewonnen voor de baksteenindustrie. De machinerie gebruikte namelijk veel stroom. De steenfabriek is reeds lang geleden afgebroken. De herberg Oortjeshekken komt in zicht. Pleisterplaats, een fraai rustpunt in de weidsheid van het landschap. Ogenschijnlijk eenvoudige ambiance met gastvrijheid in hoofdletters. Voortreffelijke koffie en bijzondere lokale eetlekkernijen. Je kunt er ook blijven slapen. Voor als een langer verblijf het plan is. Ontwaken in de stilte, met zomaar een scheepshoorn als wekker. Een vergeten hoekje Nederland. Daardoor is het er puur, het land van Ooij. De Rijndijk volgend ontwaar je nog meer bijzondere zaken. Zeg maar aan water gelieerde diensten. Vlak naast elkaar liggen drie bunkerstations. Drijvende winkels annex tankstations voor de binnenvaart. Van krat bier tot doos toiletpapier. Maar vooral olie, diesel en smeermiddelen worden hier gekocht door passerende schippers. De stroming van de Rijn is hier stevig. Kunstig manoeuvreren kapiteins hun schepen hier aan de drijvende kades van de parlevinkers. Mooi woord, je hoort het bijna niet meer, parlevinker. Ooit was in deze regio ook de scheepsbouw goed vertegenwoordigd, met als bekendste voorbeeld werf Bodewes. In 1837 opgericht, en daarmee de oudste van Nederland. Het gaf werk aan heel wat vaklui, rond de jaren ’70 in de vorige eeuw ruim 400. Het zorgde voor de bouw van een aparte woonwijk, pal naast het fabriekscomplex. Tussen de middag een boterham eten thuis bij moeder de vrouw was standaard. Hollands Glorie. Uit vervlogen tijden inmiddels, omdat eind 2013 de werf is gesloten. De zwerftocht voert door het achterland terug naar Nijmegen. Afsluiting in stijl op café. Aan de Fransenstraat in de stad van Karel de Groot. Deze tocht vraagt om een tweede rondgang, maar dan op de fiets. En met iets beter weer.

Januari 2015.